MONITORING EN SNELLE RESPONS

Er zijn in België verschillende surveillancesystemen die naast elkaar bestaan en worden gebruikt, elk met een eigen doelgroep, doel en institutionele context. Burgerwetenschap is een zeer belangrijke aanvulling op de officiële surveillance van gevestigde monitoringprojecten. Tijdens de basislijn- en eerste rapporteringsronde (2000-2018) kwamen de gegevens van burgerwetenschap (ongeveer 60% van alle gegevens), wetenschappelijke instellingen (17%) en een aantal andere bronnen (23%).

Hieronder vindt u een niet-uitputtende lijst van monitoringsinitiatieven voor invasieve uitheemse soorten in België:

  • Nationale burgerwetenschapsprogramma’s voor registratie (bijv. waarnemingen.be).  Dit kan gaan van passieve surveillance tot actief toezicht voor het beheer van invasieve uitheemse soorten
  • Gewestelijke burgerwetenschapsprogramma’s voor registratie (bijv. in Wallonië - http://biodiversite.wallonie.be/liste-invasives)
  • Soortspecifieke monitoringprojecten (bijv. Vespa velutina in Vlaanderen - https://vespawatch.be)
  • Algemene monitoring voor verschillende taxonomische groepen (bijvoorbeeld invasieve macrofyten, vogels, vissen en rivierkreeften)
  • Professioneel toezicht (bv. in het kader van Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water)

De gegevens die via deze verschillende initiatieven worden verzameld, worden gebruikt om vroegtijdige waarschuwingen te versturen naar de mensen op het terrein zodat deze snel tot uitroeiing kunnen overgaan.

ACTiEPLANNEN ONBEDOELDE INTRODUCTIEROUTES

Zoals voorgeschreven in artikel 13 van de IUS-verordening moeten alle lidstaten een analyse uitvoeren ter identificatie en prioritizering van de routes voor onbedoelde introductie en verspreiding van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. In 2018 voltooide België deze analyse voor de 49 voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten die tot nu toe op de lijst zijn opgenomen. Op basis van de resultaten van deze prioriteitsstelling keurden ministers in 2018 een besluit goed om de volgende actieplannen uit te voeren:

1) Actieplan voor introductie en verspreiding via soorten in publiek en privaat bezit;

2) Actieplan voor introductie door commercieel en recreatief gebruik van zoet water;

3) Actieplan voor verontreiniging van bodem- en sedimenttransport.

BEHEER

Hoewel er doorlopend aan management wordt gedaan op het terrein in Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (enkele voorbeelden kunnen hier worden geraadpleegd), is er een behoefte aan managementstrategieën die tussen de gewesten (en zelfs met andere lidstaten) worden gecoördineerd, en die door de mensen op het terrein worden uitgevoerd en ondersteund. Daarom werd in 2018 een Belgische evaluatie van het management uitgevoerd door wetenschappers en IUS-beheerders. Er werden invasiescenario's en verschillende beheersstrategieën beschreven voor 43 lijstsoorten in België. Diverse managementstrategieën werden beoordeeld op hun haalbaarheid en besproken met de beheerders. Er wordt met deze gegevens rekening gehouden bij het opzetten van gewestelijke (en nationale) beheersdoelstellingen. Raadpleeg het rapport hier. Voor het specifieke beheer in uw Regio kan u zich best wenden tot de website van de bevoegde overheid